Beschrijving
In veel gekoloniseerde gebieden waren katholieke missionarissen en protestantse zendelingen actief die nauw met de koloniale autoriteiten samenwerkten. Dikwijls waren het de eerste Europeanen die zich permanent in een regio vestigden. Nederlandse zendelingen en missionarissen werkten in verschillende Nederlandse koloniën, in het bijzonder Suriname en Nederlands-Indië. Ook waren ze actief in gebieden die niet door Nederland gekoloniseerd waren, zoals China, de Verenigde Staten, Congo en elders. Andersom waren niet-Nederlandse zendelingen en missionarissen binnen Nederlandse koloniën actief. Zending- en missieorganisaties bakenden onderling af in welke regio's ze hun werk verrichtten.
Regelmatig brachten zendingswerkers voorwerpen mee uit de gebieden waar zij werkzaam waren, soms op verzoek van de organisaties die hen uitzonden. De voorwerpen werden in Nederland getoond in het kader van voorlichting over het werk van de organisatie of met als doel om geld in te zamelen. Wanneer de organisaties de voorwerpen afstootten kwamen ze dikwijls in andere collecties terecht, bijvoorbeeld in volkenkundige musea of via de kunsthandel in particuliere collecties. De collectie van het voormalige Volkenkundig Museum 'Gerardus van der Leeuw' bestaat voor een groot deel uit objecten die door zendelingen en missionarissen naar Nederland waren gestuurd.
De voorwerpen die de zendingswerkers meebrachten uit de koloniën werden geregeld opgesteld in gebouwen van de organisaties waar zij werkzaam waren. Enkele organisaties richtten eigen musea in. Een voorbeeld hiervan is het Missiemuseum in Steyl (opgericht in 1931). De collectie Afrikaanse voorwerpen van de Congregatie van de Heilige Geest was tot en met november 2024 te zien in het Wereldmuseum Berg en Dal (voorheen het Afrika Museum, opgericht in 1954). Voorwerpen verzameld door het Nederlandsch Zendeling Genootschap, dat actief was op de Indonesische eilanden Java en Sulawesi, zijn vooral te vinden in de collectie van het Wereldmuseum Rotterdam, maar ook bij andere musea.
Herkomstonderzoek
Informatie over individuele zendingswerkers is vaak te vinden in literatuur over en archieven van de organisaties waarvoor zij werkten. Een eerste stap bestaat uit het vaststellen om welke organisatie het gaat. In de portal van het Repertorium van Nederlandse zending- en missiearchieven 1800-1960 zijn namenlijsten van zendingswerkers te vinden (onder het kopje Bijlagen) en zoekinformatie per organisatie. Van daaruit kan doorgezocht worden in de betreffende archieven. Sommige zendingsorganisaties waren internationaal vertakt, in dergelijke gevallen kan relevante informatie zich ook in andere Europese landen bevinden. Voor Duitsland is deze informatie te vinden via de portals Proveana en Archivführer zur deutschen Kolonialgeschichte.
Zendingswerkers werkten soms in specifieke functies, zoals arts, verpleegkundige of onderwijzer, en worden onder die functies omschreven in de bronnen. Zij zijn dan als zendingswerker te herkennen door te kijken naar de organisatie waarvoor zij werkten.
Archieven van zending- en missieorganisaties zijn verspreid. Omvangrijke archiefcollecties bevinden zich in het Utrechts Archief, Archief- en Documentatiecentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland, HDC Protestants Erfgoed bij de Vrije Universiteit, Katholiek Documentatie Centrum, en het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven. Ook in de landen waar de zending en missie actief waren, zijn veelal nog archieven te vinden, vaak zijn deze in bezit van de organisaties zelf.
Bronnen
Primaire bronnen
Secundaire bronnen
Gerelateerde zoekhulpen
Trefwoorden
Klik op de knop achter het trefwoord om een nieuwe zoekopdracht te starten.
