Wetenschappelijk onderzoek in gekoloniseerde gebieden

De door Nederland gekoloniseerde gebieden vormden voor veel vakgebieden, zoals antropologie, biologie en geologie de basis voor (nieuw) wetenschappelijk onderzoek. In het kader van dit onderzoek vonden vele objecten hun weg naar Europese musea.

Beschrijving

De negentiende eeuwse ontwikkeling van verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals de etnografie en geologie, ging gelijk op met de Europese koloniale expansie. De Nederlandse koloniale gebieden en de daar aanwezige natuur, cultuur en bevolking, vormden een belangrijk bron voor wetenschappelijk onderzoek door onderzoekers uit Nederland en andere landen. Een bekend voorbeeld waarbij wetenschappelijk onderzoek en kolonialisme hand in hand gingen zijn de opgravingen die onder leiding van Eugène Dubois plaatsvonden op Sumatra en Java aan het eind van de negentiende eeuw, waarbij vijftig dwangarbeiders een collectie van bijna 40.000 objecten opgroeven. Deze collectie is tot 2025 van Naturalis Biodiversity Center in Leiden en de Homo erectus fossielen die tijdens deze opgravingen gevonden zijn, worden nog altijd als een belangrijke wetenschappelijke ontdekking gezien. Zonder het koloniale systeem was Eugène Dubois niet in staat geweest deze vondst te doen.

Veel Europese wetenschappers hadden vaak een bredere interesse hadden dan hun eigen vakgebied. Zo kan het voorkomen dat een geoloog ook andersoortige objecten verzamelde en die later aan een Nederlands museum heeft geschonken. Ook zendelingen en missionarissen hielden zich naast het kerstenen van de lokale bevolking bezig met wetenschappelijk onderzoek. De collecties die zij verzamelden waren dus niet alleen verzameld uit het oogpunt van hun missie of zending, maar konden ook een wetenschappelijk of educatief karakter hebben. Een speciale vermelding verdient ook de fotografie. Deze relatief nieuwe negentiende eeuwse techniek werd veelvuldig ingezet tijdens wetenschappelijk onderzoek in de koloniale gebieden. De foto's bleven later vaak onderdeel van de aldaar verzamelde collecties en droegen zo bij aan het beeld dat in Europa ontstond van de mensen, hun cultuur en de natuur in de koloniën.

Overigens is het niet zo dat wetenschappers in door Nederland gekoloniseerde gebieden uitsluitend uit Nederland afkomstig waren. Ook andere Europeanen deden wetenschappelijk onderzoek in Nederlandse koloniën en zonden collecties naar instellingen buiten Nederland. Bovendien zijn er voorbeelden van lokale wetenschappers waarvan verzamelde objecten naar Nederland werden verzonden. Een bekend voorbeeld hiervan is de Indonesische schilder, wetenschapper en schrijver Raden Saleh. Naast een verbondenheid aan een universiteit in Europa waren er ook verenigingen en genootschappen waar wetenschappers samenkwamen. Bekende voorbeelden zijn het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Nederland en het Bataviaasch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen in Indonesië. Ook de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) had sterke banden met de koloniën. Via dit soort verenigingen en universiteiten werden de bevindingen van wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd in tijdschriften en boeken. De objecten, documenten en foto's die gedurende het onderzoek werden verzameld vonden vaak op een later moment hun weg naar de collecties van de instellingen waar desbetreffende onderzoekers bij waren aangesloten. Daarom bevatten ook veel universitaire musea collecties die verzameld zijn in voormalige koloniën.

Herkomstonderzoek

Herkomstonderzoek naar wetenschappelijke collecties die vergaard zijn in voormalig gekoloniseerde gebieden zal vaak beginnen bij een individuele wetenschapper of een wetenschappelijke instelling of -vereniging. Archieven over verzamelde collecties bevinden zich vaak bij desbetreffende instellingen of het plaatselijke archief. Om te vinden wat je zoekt is kennis van het Nederlandse archieflandschap van belang. Het archief van de Universiteit van Amsterdam bevindt zich bijvoorbeeld bij het Stadsarchief Amsterdam. De Universiteit Leiden beheert haar eigen archief en het archief van de Universiteit Utrecht is te vinden in het provinciale Utrechts Archief. Archieven met betrekking tot specifieke wetenschappers kunnen ook in het bezit zijn van nabestaanden.

Let op dat wetenschappers actief kunnen zijn geweest bij verschillende instellingen. Het kan dus lonen om meerdere archieven te raadplegen, waarbij het vanzelfsprekend het meest vruchtbaar is te zoeken binnen archieven uit de periode dat de wetenschapper onderdeel was van een instelling. Ook correspondentiearchieven kunnen waardevolle informatie bevatten over de herkomst van bepaalde objecten.

Tot slot is het mogelijk dat archieven in de voormalige gekoloniseerde gebieden informatie bevatten over wetenschappelijke collecties. Bij het Arsip Nasional Republik Indonesia (ANRI) is bijvoorbeeld het archief van het Bataviaasch Genootschap te vinden.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

Holthuis, Lipke. 1820 - 1958 : Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, 1995.
Boek uit 1995 dat de geschiedenis van het toenmalig Nationaal Natuurhistorisch Museum van 1820 tot en met 1958 beschrijft. Bevat gestructureerde informatie over de opbouw van de museumcollectie en de toenmalige conservatoren.https://repository.naturalis.nl/pub/268714
Weber, Andreas. ‘Collecting Colonial Nature: European Naturalists and the Netherlands Indies in the Early Nineteenth Century’. BMGN - Low Countries Historical Review 134, nr. 3 (26 september 2019): 72-95.
Artikel over de geschiedenis van de Natuurkundige Commissie voor Nederlandsch-Indië.https://doi.org/10.18352/bmgn-lchr.10741
Kuitenbrouwer, M. Tussen oriëntalisme en wetenschap: het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in historisch verband 1851-2001. Leiden: KITLV Uitgeverij, 2001.
Historiografie van het KITLV uit 2001 die honderdvijftig jaar KITLV-geschiedenis behandelt, maar tegelijkertijd een geschiedenis van de wetenschapsbeoefening over de (voormalige) koloniën is. De Engelse versie, Dutch scholarship in the age of empire and beyond, die niet een één-op-één vertaling is, is ook digitaal beschikbaar.https://search.worldcat.org/title/47826802?oclcNum=47826802